Eén letter verschil (Mbps vs MBps) waarmee je provider je een duurder abonnement aansmeert

Je hebt 100 Mbps afgenomen, je download begint, en je downloadvenster zegt: 12 MB/s. Een tiende van waar je voor betaalt, lijkt het. Dus denk je: mijn verbinding is te traag, ik heb meer nodig. En precies op dat moment heeft het verschil tussen een kleine letter zijn werk gedaan. Want die 12 MB/s is geen probleem. Dat is je 100 Mbps-verbinding die exact doet wat hij hoort te doen. Het is alleen niet hetzelfde getal, omdat het niet dezelfde eenheid is.
Wat bijna elk artikel je vertelt (en waarom je daar niks aan hebt)
De standaarduitleg ken je zo: Mbps staat voor megabit per seconde, MBps voor megabyte per seconde, en in een byte zitten acht bits, dus je deelt door acht. Klopt. Maar daar stopt vrijwel iedereen, en daarmee missen ze het enige wat ertoe doet: dit is niet zomaar een rekenfoutje dat je zelf even rechtzet. Dit verschil wordt actief gebruikt om je het gevoel te geven dat je verbinding tekortschiet. En een verbinding die te traag voelt, is het makkelijkste verkoopargument dat er bestaat.
De rekensom die je provider liever niet groot afdrukt
Snelheid in advertenties staat altijd in megabit (Mbps), omdat dat het grootste getal oplevert. Je computer, je browser en je downloadmanager tonen bijna alles in megabyte (MB/s), omdat bestanden nu eenmaal in bytes worden gemeten. Acht keer verschil, elke keer:
- 100 Mbps = 12,5 MB/s
- 200 Mbps = 25 MB/s
- 500 Mbps = 62,5 MB/s
- 1 Gbps (1000 Mbps) = 125 MB/s
Niemand zet 125 MB/s op een billboard, want dat klinkt klein. 1000 Mbps of 1 Gigabit klinkt als een raket. Het is exact hetzelfde, alleen in de eenheid die het indrukwekkendst oogt. En zodra je thuis je download ziet laden in MB/s, valt dat getal acht keer lager uit dan het cijfer waarmee je het abonnement is verkocht. Dat gat voelt als tekortkoming, terwijl het puur een eenheidsverschil is.
Daarom voelt een prima verbinding plotseling kapot
Hier wordt het venijnig. Stel: je hebt 100 Mbps en je haalt netjes je 12,5 MB/s. Alles werkt. Maar omdat je dat getal naast de 100 uit de reclame legt, lijkt het alsof je een tiende krijgt van wat is beloofd. De logische conclusie die de marketing voor je heeft klaargelegd: neem een sneller (duurder) abonnement, of stap over op glasvezel voor de snelheid. Je lost dan een probleem op dat niet bestaat, met geld dat je niet hoeft uit te geven.
En dat raakt aan de kern van wat we keer op keer in onze eigen cijfers zien. Van de 196 berekeningen die mensen via onze calculator maakten, had 93% genoeg aan 100 Mbps of minder, en ruim de helft zelfs aan 50 Mbps of minder. De gemiddelde werkelijke behoefte kwam uit op 56 Mbps, de mediaan op 49 Mbps. Vertaal die behoefte naar de eenheid van je downloadvenster en je komt uit op zo'n 7 MB/s. Dat is wat een gemiddeld huishouden werkelijk nodig heeft.
Wat heb je nu echt nodig? De cijfers komen van de diensten zelf
Je hoeft het ons niet op ons woord te geloven. De streamingdiensten publiceren zelf hun aanbevolen snelheden, en die liggen lager dan je zou denken. Allemaal in Mbps, en dit is per stream:
- Netflix in 4K (de zwaarste stream die je thuis draait): 15 Mbps, oftewel zo'n 1,9 MB/s
- Netflix in Full HD (1080p): 5 Mbps (~0,6 MB/s)
- Disney+ in 4K: 25 Mbps (~3,1 MB/s)
- YouTube in 4K: 20 Mbps; in 1080p slechts 5 Mbps
- Videobellen via Zoom in HD: ongeveer 3 Mbps (~0,4 MB/s)
- Muziek streamen via Spotify (hoogste kwaliteit): ongeveer 0,3 Mbps, verwaarloosbaar
Deze getallen komen rechtstreeks van Netflix, Disney+, YouTube en Zoom zelf. De allerzwaarste losse activiteit in een normaal huishouden, een 4K-film op Netflix, vraagt 15 Mbps. Dat is nog geen 2 MB/s, en nog geen 1,5% van die 1 Gbps waar je naartoe wordt gepraat.
Alles tegelijk, en je zit nog niet aan een kwart van 100 Mbps
Stel je de drukste denkbare vrijdagavond voor in een gezin van vier, met alles tegelijk aan:
- Iemand kijkt Netflix in 4K: 15 Mbps
- Een kind kijkt YouTube in 1080p: 5 Mbps
- Partner videobelt in HD: 3 Mbps
- Iemand luistert Spotify: 0,3 Mbps
Tel het op en je komt op ongeveer 23 Mbps, oftewel zo'n 2,9 MB/s. Alles tegelijk aan, en je zit op minder dan een kwart van een 100 Mbps-lijn en op nog geen 2,5% van een 1 Gbps-abonnement. Dat klopt precies met onze eigen calculator, die naar exact deze dingen vraagt (streamkwaliteit, aantal gelijktijdige streams, videobellen, gamen) en gemiddeld uitkomt op een behoefte van 56 Mbps.
Hoe je jezelf in tien seconden checkt
Wil je weten of je verbinding doet wat hij belooft? Reken niet je gevoel, reken de eenheid om. Zie je tijdens een grote download een snelheid in MB/s, vermenigvuldig dat met acht en je hebt je werkelijke Mbps. Zie je rond de 12 MB/s op een 100 Mbps-lijn? Dan krijg je precies waarvoor je betaalt. Zie je structureel veel minder, bijvoorbeeld 3 a 4 MB/s op een 100 Mbps-abonnement, dan is er iets aan de hand met je lijn of je wifi, en is dat het echte gesprek, niet een duurder abonnement.
De les: laat je niet sturen door de eenheid, maar door je behoefte
Het verschil tussen Mbps en MBps is geen detail voor techneuten. Het is het mechanisme waarmee een verbinding die ruim voldoet, voelt als eentje die tekortschiet. Onze vergelijking werkt daarom bewust andersom: we bepalen eerst hoeveel Mbps jij echt nodig hebt op basis van je huishouden, streamen, gamen en thuiswerken, en zoeken pas daarna het goedkoopste abonnement dat daaraan voldoet. Niet het grootste getal, niet de modernste techniek, maar de prijs per benodigde Mbps.
Een eerlijke kanttekening: voor een klein deel van de huishoudens (die 2% met een echte behoefte boven 200 Mbps, denk aan veel gelijktijdige zware gebruikers of structureel grote uploads) is een snel abonnement wel terecht. Maar dan is het je gebruik dat de keuze maakt, niet een reclamegetal in de eenheid die het mooist oogt.
Bereken in een minuut hoeveel Mbps jouw huishouden echt nodig heeft met onze calculator, en zie meteen welk abonnement op jouw postcode het goedkoopst aan die behoefte voldoet. Dan hoef je nooit meer te betalen voor een getal dat je alleen op de reclame terugziet.
